We zeggen dat we het er meer over moeten hebben  maar we laten ouders zwijgen

“We moeten het er meer over hebben.”
Het is een zin die vaak terugkomt in gesprekken over huiselijk geweld, intieme terreur en femicide. We moeten signalen eerder herkennen. We moeten het taboe doorbreken.
We moeten zorgen dat het niet escaleert.

Maar terwijl die oproep steeds luider klinkt, blijft één groep structureel buiten beeld: de ouders van het slachtoffer. Juist zij zien vaak het patroon het langst, het duidelijkst en het meest consistent. En toch worden zij zelden actief bevraagd.

De recente BNNVARA-documentaire Fase 8: Femicide laat zien dat femicide vrijwel nooit een incident is. Het is het eindpunt van een proces. Van normalisering, controle, dreiging en uiteindelijk escalatie.
Achteraf wordt vaak gezegd dat de signalen er wel waren. Wat minder vaak wordt benoemd, is wie die signalen al jaren zag.

Ouders van slachtoffers zien geen momenten maar patronen

Voor ouders bestaat een onveilige relatie zelden uit losse gebeurtenissen. Zij zien hoe hun kind langzaam verandert.
Hoe gedrag wordt aangepast, hoe autonomie verdwijnt en hoe grenzen steeds verder opschuiven. Niet in weken maar over jaren.

Wat begint met kleine opmerkingen, verschuift naar subtiele controle. Wat eerst onhandig voelt, wordt later onveilig. Ouders zien die verschuiving vaak eerder dan professionals die iemand eens per paar weken spreken.
Niet omdat ouders alles weten maar omdat zij de lange lijn kennen.

Juist bij intieme terreur is die lange lijn cruciaal. Het gaat niet om één ruzie of één incident maar om een patroon waarin macht en controle centraal staan. Dat patroon ontvouwt zich langzaam.
En ouders staan er vaak met hun neus bovenop.

Een systeem dat werkt met losse dossiers

In de praktijk is de hulpverlening vooral georganiseerd rondom het slachtoffer, de partner en eventueel het kind. Dat is begrijpelijk maar het heeft ook een keerzijde. Het systeem werkt met gesprekken, trajecten en dossiers die naast elkaar bestaan.
Elk met een eigen focus en een eigen tijdsvenster.

Wat ontbreekt, is iemand die structureel zegt: laten we het geheel bekijken. Ouders zijn vaak de enigen die het begin kennen, het midden meemaken en de verschuivingen herkennen. Zij zien wanneer gedrag niet daadwerkelijk verandert maar tijdelijk wordt aangepast. Wanneer rust geen herstel is maar een pauze.

Toch worden ouders meestal gezien als achtergrond. Als omgeving. Niet als actieve informanten.

Privacy als reden om niet te luisteren

Vaak wordt privacy genoemd als reden om ouders niet te betrekken. Privacy is belangrijk maar in de praktijk wordt het te vaak gebruikt als afweermechanisme. Privacy betekent dat je geen inhoudelijke details deelt zonder toestemming. Het betekent niet dat je ouders niet mag spreken, niet mag vragen wat zij zien of niet mag erkennen dat zij ook geraakt zijn.

Juist bij intieme terreur, waar bagatelliseren en loyaliteit onderdeel zijn van het patroon, is informatie uit de omgeving essentieel. Ouders kunnen signalen benoemen die het slachtoffer zelf nog niet kan of durft te delen.

Spreken mag maar niet voor iedereen

Wat wringt, is dat we spreken aanmoedigen maar alleen binnen vooraf bepaalde rollen. Slachtoffers mogen spreken, zolang het veilig voelt. Professionals mogen spreken, binnen hun mandaat. Ouders daarentegen worden geacht steunend te zijn, beschikbaar te blijven en vooral niet te veel te zeggen.

Totdat het misgaat.

Dan lezen we achteraf dat familie zich zorgen maakte. Dat er signalen waren. Dat mensen het niet vertrouwden. Maar zelden wordt de vraag gesteld waarom die zorgen niet structureel zijn opgehaald en verbonden.

Wat dit met ouders doet

Het structureel buitensluiten van ouders heeft gevolgen. Zij dragen hun zorgen alleen. Zij moeten zelf op zoek naar hulp. Zij raken verstrikt in losse gesprekken waarin telkens een ander stukje wordt besproken. Ondertussen blijven zij soms twijfelen aan hun eigen waarneming.

Die belasting is niet alleen emotioneel zwaar maar ook relevant voor veiligheid. Want zolang ouders afhaken of het gevoel krijgen dat hun observaties er niet toe doen, verdwijnt vaak de enige constante factor in het geheel.

Preventie begint vóór de escalatie

De documentaire over femicide laat zien dat dodelijk geweld niet uit het niets ontstaat. Het is het eindpunt van een traject waarin controle steeds verder wordt aangescherpt. Wie preventie serieus neemt, moet durven kijken naar wie dat traject vroegtijdig ziet.

Dat zijn vaak ouders. Niet omdat zij altijd gelijk hebben maar omdat zij patronen herkennen die in losse gesprekken onzichtbaar blijven. Als we het er echt meer over willen hebben, moeten we ophouden ouders als achtergrond te behandelen.

Tijd om de ouderpositie serieus te nemen

Dit is geen pleidooi om ouders alles te laten bepalen. Het is een pleidooi om hen structureel te betrekken als patroongetuigen. Niet pas achteraf maar tijdens het proces. Niet als bijzaak maar als waardevolle bron van inzicht.

Zolang we blijven zeggen dat we het er meer over moeten hebben maar niet luisteren naar degenen die al jaren kijken, praten we vooral tegen elkaar. En blijven de echte patronen te lang buiten beeld.

En dan is het gesprek opnieuw te laat.