Deepfakes en vrouwenrechten
Wat betekent deze zaak uit Duitsland voor Nederland?
De zaak rond Collien Fernandes heeft in Duitsland iets losgemaakt wat verder gaat dan één persoon. Tienduizenden mensen gingen de straat op. Niet vanwege een incident, maar vanwege een systeem dat vrouwen onvoldoende beschermt tegen digitaal seksueel misbruik.
Fernandes stelt dat er jarenlang deepfakes en nepaccounts van haar zijn verspreid. Beelden waarin zij zogenaamd seksueel beschikbaar was, terwijl die werkelijkheid nooit heeft bestaan. Haar woorden zijn scherp en confronterend: ze noemt het “virtuele verkrachting”. En juist dat maakt deze zaak zo relevant, ook voor Nederland.
Want de vraag is niet of deepfake hier gebeurt. De vraag is: wat doen wij ermee?
Deepfakes zijn geen technisch speeltje meer. Het zijn beelden en video’s waarin iemands gezicht, meestal dat van een vrouw, wordt geplaatst op een ander lichaam, vaak in een seksuele context. Wat je ziet, lijkt echt. Wat het effect is, is ook echt. Iemands naam, gezicht en identiteit worden gebruikt zonder toestemming, met als gevolg reputatieschade, angst en verlies van controle. Je lichaam wordt digitaal gekopieerd en ingezet, zonder dat je daar nog grip op hebt.
In Duitsland bleek lange tijd dat dit nauwelijks strafbaar was. Het maken van deepfake-porno viel simpelweg niet onder bestaande wetgeving. Pas toen de maatschappelijke druk opliep en de protesten groeiden, kwam de overheid in beweging. Er liggen nu plannen om dit soort digitaal seksueel misbruik expliciet strafbaar te maken. Dat klinkt als een logische stap, maar het feit dat die stap pas nu wordt gezet, zegt genoeg.
En Nederland?
Op papier lijkt het hier beter geregeld, maar dat beeld is minder stevig dan het lijkt. Bestaande wetten zoals Wraakporno, smaad of stalking kunnen in sommige gevallen worden toegepast. Maar deepfakes zelf worden niet expliciet benoemd in de wet. Dat betekent dat elke zaak opnieuw moet worden ingepast in bestaande kaders, en dat maakt vervolging onzeker en ingewikkeld. Het hangt af van interpretatie, van bewijs, en van de vraag of iemand überhaupt aangifte durft te doen.
Daar zit precies het probleem. Want dit gaat niet alleen over technologie. Dit raakt aan fundamentele rechten. Aan het recht op privacy, op veiligheid en op je eigen lichaam. Wat gebeurt er met die rechten als iemand jouw gezicht kan gebruiken om een compleet fictief seksueel verhaal te creëren dat voor de buitenwereld wél echt lijkt?
Deepfakes creëren een nieuwe vorm van controle. Niet fysiek, maar digitaal. En daardoor misschien juist moeilijker te bestrijden. Je ziet de dader niet.
Je weet vaak niet eens waar het vandaan komt. En ondertussen verspreidt het zich razendsnel.
Wordt deepfake besproken in de Tweede Kamer?
Binnen de Tweede Kamer wordt er wel gesproken over online geweld en digitale veiligheid, en organisaties zoals Fonds Slachtofferhulp en Helpwanted trekken al langer aan de bel. Zij zien dat digitaal seksueel misbruik toeneemt, en dat slachtoffers vaak vastlopen in het systeem. Toch ontbreekt er nog steeds een duidelijke, specifieke aanpak voor deepfakes.
En dat is precies waar de zaak in Duitsland zo pijnlijk duidelijk in wordt. Wetgeving loopt achter. Technologie wacht niet. En vrouwen betalen de prijs.
Wat deze ontwikkeling extra urgent maakt, is hoe toegankelijk deze technologie inmiddels is geworden.
Waar deepfakes eerst nog specialistisch waren, zijn ze nu met relatief eenvoudige tools te maken.
Dat betekent dat de drempel om iemand digitaal te misbruiken steeds lager wordt, terwijl de impact alleen maar groter wordt.
Wie beschermt vrouwen tegen deepfake?
De kernvraag die boven dit alles hangt, is ongemakkelijk maar noodzakelijk: wie beschermt vrouwen in een wereld waarin je lichaam niet meer van jezelf is, maar gekopieerd kan worden?
Zolang er geen duidelijke wetgeving is, ligt de verantwoordelijkheid nog te vaak bij het slachtoffer.
Zij moeten bewijzen wat er is gebeurd, uitleggen dat iets niet echt is, en omgaan met de gevolgen. Terwijl de dader vaak buiten beeld blijft.
De protesten in Duitsland laten zien dat dit kantelpunt bereikt is.
Dit wordt niet meer gezien als een individueel probleem, maar als een maatschappelijk probleem. En dat moment gaat ook in Nederland komen.
De vraag is alleen: wachten we tot het escaleert, of durven we nu al te erkennen dat digitale veiligheid onderdeel is van vrouwenrechten?
Want één ding is duidelijk. Vrouwenrechten stoppen niet bij de voordeur.
Ze stoppen ook niet bij het scherm.
Wat moet er nu gebeuren in Nederland?
Als we dit serieus nemen, kunnen we niet blijven hangen in “onderzoek” en “gesprekken”. Dit vraagt om duidelijke keuzes.
Ten eerste moet deepfake-misbruik expliciet strafbaar worden. Niet via omwegen zoals smaad of stalking, maar als zelfstandige vorm van seksueel geweld. Zolang dat niet gebeurt, blijft er ruimte voor interpretatie en daarmee ruimte voor daders.
Daarnaast ligt er een verantwoordelijkheid bij platforms. Beelden moeten sneller verwijderd kunnen worden, en slachtoffers moeten niet zelf eindeloos achter meldprocedures aan hoeven. Nu ligt die last nog te vaak bij degene die al geraakt is.
Maar misschien wel het belangrijkste: we moeten erkennen wat dit ís.
Geen online grap. Geen incident. Geen technisch probleem.
En zolang we dat niet zo benoemen, blijft het systeem achter de feiten aanlopen.
De zaak in Duitsland laat zien wat er gebeurt als wetgeving te laat komt.
De vraag is of Nederland daarvan leert of dezelfde fout maakt.





