Grensovershchrijding: wanneer is een grens eigenlijk een grens?

Ook als niemand hem zo noemt?

Een vrouw draait haar hoofd weg. Ze houdt haar tas beschermend voor zich. Ze wil niet gefotografeerd worden. De fotograaf merkt haar irritatie op en fotografeert toch door.

Jaren later hangen de foto’s in een museum.

Kunst? Tijdgeest? Straatfotografie?

Of kijken we naar iets veel fundamentelers: een vrouw die een grens aangeeft en een man die besluit dat zijn wens zwaarder weegt?

Die vraag dringt zich op bij de tentoonstelling Up Close van fotograaf Ed van der Elsken in het Rijksmuseum. Journalist Maren Laterveer schreef erover in NRC. Ze beschrijft onder meer een fotoserie uit 1959 van een vrouw in Hongkong. Van der Elsken volgde de vrouw op straat en fotografeerde haar vanuit verschillende hoeken. Op de beelden wendt ze haar hoofd af en houdt ze haar tas beschermend voor zich.

Van der Elsken merkte haar weerstand wel degelijk op. Hij schreef later zelf dat ze geïrriteerd was. Toch ging hij door totdat hij de foto had die hij wilde.

Het roept een vraag op die nog altijd actueel is: wanneer herkennen we grensoverschrijding eigenlijk als niemand letterlijk het woord ‘nee’ uitspreekt?

Grensoverschrijding begint niet pas bij het woord ‘nee’

We praten tegenwoordig veel over grensoverschrijding. Daarbij lijkt soms het idee te bestaan dat een grens pas bestaat wanneer iemand heel duidelijk ‘nee’ heeft gezegd.

Maar mensen communiceren voortdurend zonder woorden.

Een hoofd wegdraaien. Afstand nemen. Verstijven. Niet antwoorden. Een tas voor je lichaam houden. Proberen weg te lopen. Niet teruglachen. Een hand wegduwen.

Het zijn allemaal manieren waarop iemand kan laten zien: dit wil ik niet.

De vrouw in Hongkong beschikte in 1959 misschien niet over ons huidige vocabulaire voor grensoverschrijding. Ze kende waarschijnlijk de term male gaze niet. Ze had geen sociale media waarop ze achteraf haar verhaal kon vertellen.

Maar ze had wel een grens.

En die grens was zichtbaar.

Als zijn wens belangrijker wordt dan haar ongemak

Daarom is deze geschiedenis zo interessant.

Want het gaat uiteindelijk niet over één fotograaf of één tentoonstelling. Het gaat over een patroon dat we nog altijd herkennen wanneer we praten over grensoverschrijding.

Zij wil iets niet.

Hij wil het wel.

En vervolgens ontstaat de vraag wiens wens het zwaarst weegt.

Dat zien we in heel verschillende situaties terug. Een vrouw die op straat niet wil worden aangesproken maar toch wordt gevolgd. Een meisje dat geen foto wil maar toch wordt gefilmd. Een vrouw die wordt nagefloten en vervolgens te horen krijgt dat ze ‘tegenwoordig ook niks meer mogen zeggen’. Een ex-partner die blijft bellen en berichten sturen nadat duidelijk is gemaakt dat het contact voorbij is.

Die situaties zijn niet allemaal even ernstig en moeten ook niet op één hoop worden gegooid.

Maar onder sommige ervan ligt wel dezelfde norm: jouw grens telt pas wanneer de ander bereid is hem te erkennen.

En precies daar kan grensoverschrijding beginnen.

De publieke ruimte is ook van vrouwen

Het artikel van Laterveer gaat over de male gaze: de manier waarop vrouwen worden bekeken en beoordeeld vanuit een mannelijk perspectief.

Dat klinkt misschien theoretisch, maar voor veel vrouwen is het dagelijkse praktijk.

Je loopt over straat en merkt dat iemand naar je lichaam kijkt. Je kleding wordt beoordeeld. Je krijgt commentaar waar je niet om hebt gevraagd. Je wordt gefotografeerd of gefilmd. Je merkt dat iemand achter je blijft lopen.

Niet iedere blik of ieder ongemakkelijk moment is natuurlijk grensoverschrijding. Maar het wordt anders wanneer iemand merkt dat een vrouw iets niet wil en vervolgens bewust doorgaat.

En ondertussen leren vrouwen zichzelf óók door de ogen van anderen bekijken.

Hoe zit mijn kleding? Is mijn rok niet te kort? Trek ik hiermee aandacht? Moet ik vriendelijk reageren? Kan ik beter niets zeggen? Loop ik hier ’s avonds wel veilig?

Dat beperkt vrijheid.

Niet omdat vrouwen niet naar buiten mogen, maar omdat zij voortdurend rekening leren houden met hoe anderen naar hen kijken en wat anderen mogelijk met die vrijheid doen.

En dan hangt haar foto metershoog aan een museum

Juist daarom is de discussie over het Rijksmuseum interessant.

Het probleem is niet noodzakelijkerwijs dat het museum deze foto’s tentoonstelt. Kunst mag ongemakkelijk zijn. Historische beelden hoeven niet te verdwijnen omdat onze normen veranderd zijn.

Integendeel.

Juist zulke beelden bieden een kans om te laten zien hoe normen veranderen en hoe onze opvattingen over grensoverschrijding zich ontwikkelen.

Wat zagen we in 1959?

Wat zien we in 2026?

En vooral: wat zag die vrouw zelf?

Laterveer beschrijft nog een wrang voorbeeld. De bekende foto van een fietsende vrouw die haar tong uitsteekt, werd gebruikt als groot affiche voor de tentoonstelling. Later bleek dat ook zij juist geïrriteerd was omdat ze niet gefotografeerd wilde worden.

Dan verandert het beeld.

Wat zonder context een grappig, vrij en rebels moment lijkt, kan ineens ook gelezen worden als een reactie van een vrouw die duidelijk probeert te maken: laat mij met rust.

Daar had het Rijksmuseum iets mee kunnen doen.

Niet door Van der Elsken achteraf simpelweg langs de morele meetlat van 2026 te leggen. Wel door zichtbaar te maken dat ook onze blik op kunst, fotografie, vrouwen, toestemming en grensoverschrijding verandert.

Tijdgeest verklaart grensoverschrijding niet weg

“Dat was toen nu eenmaal zo” horen we vaker wanneer gedrag uit het verleden met de normen van vandaag wordt bekeken.

En natuurlijk doet tijdgeest ertoe.

Maar tijdgeest kan verklaren waarom bepaald gedrag normaal werd gevonden. Het betekent niet automatisch dat degene die het onderging het óók normaal of prettig vond.

Dat verschil is essentieel.

Misschien vonden omstanders het in 1959 volkomen normaal dat een man met een camera een onbekende vrouw bleef volgen.

Maar zij draaide haar hoofd weg.

Zij beschermde zichzelf met haar tas.

Zij was geïrriteerd.

Haar reactie vertelt óók iets over die tijd.

Dat wij gedrag destijds geen grensoverschrijding noemden, betekent niet dat vrouwen destijds geen grenzen hadden.

Grensoverschrijding voorkomen begint bij normen

Als we geweld tegen vrouwen en grensoverschrijding werkelijk willen voorkomen, moeten we niet alleen praten over de ernstigste incidenten.

We moeten ook kijken naar de normen die eraan voorafgaan.

Naar wie ruimte krijgt.

Wie bepaalt.

Wie mag kijken.

Wie moet wijken.

En wiens ongemak minder belangrijk wordt gevonden dan de wens van een ander.

Daarom is het gesprek over grensoverschrijding uiteindelijk ook een gesprek over macht. Over de vanzelfsprekendheid waarmee de ene persoon zichzelf ruimte geeft en van de ander verwacht dat die zich daaraan aanpast.

Een grens begint niet bij het woord ‘nee’.

Een grens begint bij de persoon van wie die grens is.

Misschien is dát wel de interessantste vraag die deze foto’s ons bijna zeventig jaar later kunnen stellen:

Niet: mocht hij die foto maken?

Maar:

waarom vonden we zijn wens om haar te fotograferen belangrijker dan haar wens om met rust gelaten te worden?

Want tijden veranderen.

Grenzen bestonden toen ook al.

Grensoverschrijding begint niet pas bij het woord ‘nee’