Pechtold adviseert vrouwen samen te fietsen…

Beste meneer Pechtold, vrouwen willen niet samen fietsen. Ze willen veilig fietsen.

Na meerdere ernstige incidenten in de Delftse Hout, waarbij vrouwen werden aangerand en mishandeld, kwam burgemeester Alexander Pechtold afgelopen vrijdag met een reactie. Hij sprak zijn steun uit aan de slachtoffers, wees op het politieonderzoek en riep mensen op verdachte situaties te melden. Vervolgens gaf hij inwoners het advies om de komende tijd samen te fietsen en goed op elkaar te letten.

Op het eerste gezicht klinkt dat misschien verstandig. Er is mogelijk een dader actief, het politieonderzoek loopt en mensen waarschuwen kan op zo’n moment nodig zijn. Maar juist het advies van Pechtold legt een probleem bloot dat veel groter is dan deze incidenten in Delft: zodra vrouwen niet veilig zijn in de openbare ruimte, wordt nog altijd opvallend snel gekeken naar wat vrouwen zélf anders kunnen doen.

Daar zouden we inmiddels voorbij moeten zijn.

Het probleem is niet dat vrouwen niet voorzichtig genoeg zijn

Vrouwen weten allang hoe het is om rekening te houden met hun veiligheid. Uit onderzoek weten we dat vrouwen en meisjes zich vaker onveilig voelen in de openbare ruimte dan mannen en hun gedrag daarop aanpassen. Ze vermijden bepaalde plekken, kiezen andere routes of doen bijvoorbeeld alsof ze iemand bellen.

Dat is geen vrijheid. Dat is gedrag aanpassen omdat je rekening houdt met de mogelijkheid dat iemand anders over jouw grens gaat. Het antwoord van een overheid zou daarom niet in de eerste plaats moeten zijn dat vrouwen nóg voorzichtiger moeten worden. De bestuurlijke vraag zou moeten zijn: wat kunnen wij doen zodat vrouwen hier veilig kunnen fietsen?

Dat is een wezenlijk verschil. In het eerste geval wordt een deel van de verantwoordelijkheid voor veiligheid bij degene gelegd die mogelijk slachtoffer wordt. In het tweede geval neemt de overheid verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de openbare ruimte.

En juist een burgemeester, zoals bijvoorbeeld Pechtold, zou dat onderscheid moeten maken.

De Rijksoverheid heeft die verantwoordelijkheid allang benoemd

Het opvallende is dat de landelijke overheid inmiddels expliciet erkent dat de veiligheid van vrouwen en meisjes afzonderlijke aandacht nodig heeft.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ondersteunt het programma Veilige Steden, waarin gemeenten werken aan de veiligheid van vrouwen en meisjes in de openbare ruimte en het uitgaansleven. De Rijksoverheid noemt het veiliger maken van straten, parken en publieke ruimten expliciet als onderdeel van de aanpak van intimidatie en geweld tegen vrouwen. Blijkbaar is dat Pechtold even ontgaan?

Dat programma bestaat niet omdat vrouwen moeten leren om beter op zichzelf te passen. Het bestaat juist omdat gemeenten invloed hebben op de omstandigheden waarin vrouwen zich door hun stad bewegen.

Movisie, dat het programma Veilige Steden uitvoert, zegt bovendien expliciet dat gemeenten een essentiële rol spelen bij het voorkomen van straatintimidatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Daarmee wordt de vraag na de incidenten in Delft ineens een andere. Niet alleen: hoe waarschuwen we vrouwen zolang de verdachte niet is gevonden? Maar ook: wat doet Delft structureel om de openbare ruimte voor vrouwen veiliger te maken?

Een stad is niet automatisch voor iedereen even veilig

Movisie beschreef in april 2025 de uitkomsten van het onderzoek Ruimte voor meiden op Zuid. Dat onderzoek raakt precies aan de verantwoordelijkheid van gemeenten.

Bij de inrichting van straten, parken en pleinen denken we vaak dat we neutraal ontwerpen: de openbare ruimte is immers voor iedereen. Maar uit het onderzoek blijkt dat zo’n ogenschijnlijk neutrale inrichting onbewust meer kan aansluiten bij mannelijke behoeften. Vrouwen gebruiken de openbare ruimte anders en hebben ook andere ervaringen met veiligheid.

Dat betekent dat vrouwenveiligheid al aan de tekentafel begint.

Hoe lopen fiets- en wandelroutes? Zijn plekken overzichtelijk? Wie maakt gebruik van een park of plein en op welke momenten? Is er informeel toezicht? Voelen vrouwen zich er welkom? En misschien wel de meest voor de hand liggende vraag: hebben vrouwen zelf eigenlijk mee kunnen denken over de inrichting?

Movisie adviseert gemeenten niet voor niets om vrouwen en meisjes daarbij daadwerkelijk te betrekken.

Het interessante is bovendien dat Movisie waarschuwt dat veiligheid niet simpelweg kan worden teruggebracht tot meer camera’s of politie. Ook inrichting, gebruik van de ruimte, aanwezigheid van verschillende groepen mensen en vormen van informeel toezicht spelen een rol.

Dat is gemeentelijk beleid. En dus gemeentelijke verantwoordelijkheid.

Lisa Loeb stelt eigenlijk dezelfde vraag over Rijksbeleid

Deze discussie raakt aan iets waar Tweede Kamerlid Lisa Loeb deze week aandacht voor vroeg. Zij wees erop dat de Rijksoverheid al sinds 2019 een officiële kwaliteitseis kent voor de effecten van beleid op gendergelijkheid.

De gedachte daarachter is even eenvoudig als belangrijk: beleid dat voor iedereen hetzelfde is geformuleerd, kan voor vrouwen en mannen verschillend uitpakken. Daarom moet daar bij beleidsvorming naar worden gekeken. Loeb vraagt zich terecht af hoe het dan mogelijk is dat bij sommige maatregelen pas tijdens of na de politieke besluitvorming duidelijk wordt dat vrouwen onevenredig worden geraakt. Die vraag zouden we één niveau lager net zo goed kunnen stellen.

Hoe vaak onderzoekt een gemeente bij een nieuw verkeersplan, woningbouwproject, park, sportvoorziening of herinrichting van een wijk vooraf wat de gevolgen voor vrouwen zijn?

Van volkshuisvesting tot een fietspad in Delft

Zelf ga ik deze vraag deze week stellen bij de gemeenteraad van Steenwijkerland. Daar ligt een nieuw Volkshuisvestingsprogramma en ik heb dat programma bekeken vanuit één aanvullende vraag: wat betekent dit voor vrouwen?

Dat gaat bijvoorbeeld over de mogelijkheid om na een scheiding met kinderen passende woonruimte te vinden. Het gaat over vrouwen die vanwege huiselijk geweld, stalking of dwingende controle hun woning moeten verlaten en ergens veilig opnieuw moeten kunnen beginnen. Maar het gaat óók over de inrichting van nieuwe woongebieden. Kunnen vrouwen daar veilig van een bushalte naar huis lopen? Hoe worden parkeerplaatsen, fietsroutes, groen en openbare ruimte ingericht?

Dat zijn geen typische ‘vrouwenonderwerpen’. Het zijn gewone gemeentelijke onderwerpen die voor vrouwen anders kunnen uitpakken.

Precies daarom moet die vraag worden gesteld.

Pechtold kan meer doen dan vrouwen adviseren samen te fietsen

Het zou onredelijk zijn om te doen alsof Delft niets doet. De politie onderzoekt de incidenten, er is een getuigenoproep gedaan en de burgemeester heeft mensen geïnformeerd over de situatie. Een tijdelijk veiligheidsadvies tijdens een lopend onderzoek kan daar onderdeel van zijn.

Maar bestuurlijke verantwoordelijkheid mag daar niet eindigen.

De incidenten zouden voor Pechtold en de gemeente Delft juist aanleiding moeten zijn om veel fundamenteler te kijken naar vrouwenveiligheid in de stad. Waar voelen vrouwen zich onveilig? Weten we dat eigenlijk? Wordt dat gemonitord? Worden vrouwen betrokken bij de inrichting van de openbare ruimte? Wordt de kennis uit Veilige Steden toegepast? En wordt vrouwenveiligheid meegewogen wanneer Delft beleid maakt over mobiliteit, gebiedsontwikkeling en openbare ruimte?

Dat zijn vragen waarop een gemeente invloed heeft. En precies daarom schuurt het advies om samen te fietsen zo. Want vrouwen hebben hun gedrag al aangepast. Wat nu moet veranderen, is niet opnieuw het gedrag van vrouwen, maar de manier waarop we verantwoordelijkheid voor hun veiligheid organiseren.

Dus ja, waarschuw vrouwen wanneer er acuut gevaar bestaat. Spoor de dader op en zorg voor extra toezicht waar dat nodig is. Maar stel daarna vooral de veel belangrijkere bestuurlijke vraag:

Wat moet Delft doen zodat vrouwen niet samen hóéven te fietsen om zich veilig te voelen?

Want vrouwenveiligheid is niet in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van vrouwen.

Het is de verantwoordelijkheid van de stad.

Pechtold adviseert na aanvallen in Delft om samen te fietsen